Het was in Leuven dat ik voor de eerste keer van hem hoorde. Ik zie het nog zo voor me. Ergens redelijk vooraan in mijn gigantische cursus economie, op een linker bladzijde. Daar stond hij, de grafiek die de stelling van mijn vriend Carl Friedrich Gauss illustreert. Alhoewel, mijn vriend? Op dat moment koesterde ik niet zo’n warme gevoelens voor het Duitse wiskundige genie.

Ik ben nogal ongeduldig. Mijn man zou die ‘nogal’ schrappen. Opnieuw dus. Ik ben ongeduldig. Als iets niet snel genoeg gaat naar mijn zin, volgen er al snel gezucht en rollende ogen. Behalve als het gaat om zoonlief. Bij hem blijf ik in zen-modus. Meestal toch. Want soms is te veel … gewoon te veel.