Hoe je je publiek online verovert

Een vriendin van mij is een echte netwerk pro. Ze schuimt netwerkvloeren af zoveel ze kan. En ze heeft er nog plezier in ook. Haar hardnekkige (en laat ons eerlijk zijn: vooral moedige) pogingen om mij mee te krijgen, waren tot nu toe weinig succesvol. Voornamelijk omwille van een drukke agenda. Maar ik moet stiekem toegeven: soms komt die drukke agenda me toevallig iets beter uit. (Sorry, lieverd.)

Want ik? Ik krijg al klamme handjes gewoon door aan netwerken te dénken. Het lijkt wel of op zo’n events toevallig altijd een zelfde select clubje dassen en naaldhakken rondhangt. (Eén blik op de typische foto’s achteraf maakt duidelijk wat ik bedoel.) Mijn vriendin kan daar wonderwel mee overweg. Ik voel me altijd onwennig.

Waar ik wel graag voor buiten kom, zijn events met (echt) interessante gastsprekers. Ondernemende persoonlijkheden die inspireren met een gedurfde aanpak. Maar ook die events blijven niet gespaard van typische netwerkers. Zoals het marketingseminarie in Antwerpen een tijdje geleden. Ik dompel me een dagje onder in wat de marketingwereld als dé nieuwe trend onthaalt (wat het eigenlijk absoluut niet is, maar dat is voer voor een volgende verhaal – blijf hangen). 

‘Ga weg!’

Lunchtijd. Een van mijn favoriete momenten van de dag. Behalve tijdens een seminarie. De broodjesbar blinkt aanlokkelijk. Maar wat een uitdaging om rechtopstaand de ingewikkelde haute creaties zonder al te veel ongelukken binnen te spelen (die onhandelbare sla, die vervloekte dressing!).

Komt daar nog bij dat eten voor mij gezellig moet zijn. En dat is het allesbehalve tijdens zo’n event waar je niet meteen iemand kent. Niet dat dát een probleem vormt. Wel het feit dat mijn pogingen tot een gesprek vakkundig onder de bartafeltjes worden geveegd.

Het valt op als ik rondkijk.

Heel wat bezoekers zijn niet geïnteresseerd in sociale contacten. De alleenkomers vermijden angstvallig alle oogcontact en verdiepen zich hevig in hun digitale gezelschap. Kwestie van druk bezig te lijken met super belangrijke mails. Met de ‘compagnieën’ is het al niet veel beter gesteld. Die sluiten resoluut hun rangen. Palmen je tafeltje in alsof je onzichtbaar bent. En laten je dan ongevraagd proeven van hun interne keuken. Die blijkt helaas niet bevorderlijk voor mijn eetlust.

De digitale equivalent van deze types hoef je niet ver te zoeken. Je komt ze constant tegen online. Websites van ondernemingen die er zijn, omdat ze het zich in dit digitale tijdperk niet kunnen veroorloven er niet te zijn. Maar bij die online aanwezigheid stopt het dan ook. Buiten wat inspiratieloze ondernemingsinfo kom je niks te weten.

Deze sites houden de lippen stijf op elkaar. Alle online lichten zijn gedoofd. Er is geen teken van digitaal leven te bespeuren. Het lijkt hen niet te interesseren wie langskomt. Je voelt je niet aangesproken. Laat staan dat je vriendelijk naar binnen wordt gevraagd. Deze sites lijken eerder te roepen: ‘Ga weg!’. Hun gast-on-vriendelijkheid is oorverdovend. Dit zijn websites die hun bezoekers massaal negeren.

Geen enkele vorm van communicatie dus? Op zich geen probleem voor mij. In tegenstelling tot mijn benarde lunchsituatie, zijn de vluchtwegen online maar een klik verwijderd.

‘Koop iets van mij! Nu!’

Maar lang blijft het niet stil tijdens mijn lunchmoment. Want op de een of andere manier raak ik altijd wel in het vizier van een contactenjager. Je kent ze wel, de types die je met een naamkaartje in de aanslag aanklampen, weerloos omdat je net (toevallig?) een gigantische hap van je broodje nam.

Voor dekking zoeken is het te laat. Eigen schuld. Ik wilde toch graag een gesprek aangaan?

Probleem is: het wordt geen gesprek. Want we zijn vertrokken voor een monoloog die eindeloos lijkt. Mijn ‘gesprekspartner’ prijst zichzelf ongegeneerd aan zonder er zich iets van aan te trekken of het mij interesseert of niet. Hij houdt me als een prooi in zijn klauwen tot ik tevergeefs spartelend alle weerstand opgeef.

Mijn god, hoe overleef je zo’n salesaanval? Terwijl ik uit beleefdheid af en toe eens knik, zucht ik inwendig en zoek ik naar een uitweg. Een toiletbezoekje is mijn redding.

Niks persoonlijk hoor, ik vrees dat ik gewoon allergisch ben voor salesmensen. Het type dat luidkeels alles uit de dag wil halen. Om morgen met zoveel mogelijk naamkaartjes op kantoor te pronken. Je aanwezigheid op zo’n (prijzig) seminarie moet tenslotte toch opbrengen, niet? Return on investment, of wat dacht je.

De digitale versie van die drukke types is ook prominent aanwezig online. Dit zijn de corporate sites die je overdonderen met alles waarover zij het willen hebben, zonder daarbij de meest exuberante superlatieven te schuwen. Opdringerige pop-ups overvallen je zodra je nog maar een digitale voet aan de voordeur zet. Dit zijn sites die willen scoren. Nu. Meteen. Ongeacht hoe jij je daarbij voelt. Je krijgt niet de kans om rustig rond te kijken. Hier voel je je opgejaagd wild.

Welk type nu het ergste is? Het a-sociale type wil je niet leren kennen, maar laat je tenminste wel gerust. Het salestype legt opdringerig beslag op je om je zo snel mogelijk leeg te zuigen.

Maar gelukkig is op de meest moeilijke momenten de redding nabij. Hallo, type 3!

‘Fijn je te leren kennen.’

Pff. Wat een lunch.

Ik hou de broodjesbar voor bekeken en installeer me opnieuw in mijn comfy cinemazetel. En dan gebeurt het. Mijn buurman had hetzelfde idee en installeert zich naast me. En er ontstaat een gesprek. Over de sprekers die in de voormiddag passeerden. Hun ideeën. En hoe we het daar wel of niet mee eens zijn, (uiteraard:) vakkundig gestaafd met persoonlijke ervaringen. Blijkt dat we een zelfde golflengte delen. Fijn. Kan ik even ademen.

Een kwinkslag hier, een begrijpende blik daar. De presentaties in de namiddag zijn meteen een beetje leuker. Op de afterdrink babbelen we nog even na. En als het tijd is om naar huis te gaan denk ik eraan: naamkaartjes uitwisselen. Het is me dikwijls genoeg gelukt om dat te vergeten (ik zei het toch, ik ben een netwerkamateur). Maar eigenlijk maakt het ook niet uit. Interessante mensen vind je altijd wel terug. Niet?

Net zoals interessante webadressen. Stel het je eens voor. Je botst toevallig (?) op een site die je meteen het gevoel geeft dat je daar wel even wil blijven hangen. Een site die je genereus trakteert op interessante informatie. Zonder je te overdonderen met pretentieuze monologen, misleidende blah-praat of opdringerige pop-ups.

Een website die je biedt wat je zoekt zodat je de best mogelijke beslissing kan maken? Is dat niet hoe we allemaal graag behandeld worden?

Deze nummer 3 staat dan ook zonder enige vorm van concurrentie te blinken op nummer 1. Bij mij. En bij de almachtige Google. Toevallig? Ik denk het niet. Maar hey, misschien heb ik wel een vertroebelde blik. Want ik haat netwerken.